Bezinning na de KFPS Hengstenkeuring

Bezinning na de KFPS Hengstenkeuring

Door D.G.Wiersma

Uit een driehonderd kandidaten bleven vorig jaar vier hengsten over. Het lijkt wel of iedereen dat normaal vindt en accepteert. Maar is dat normaal? Volgens mij kan het KFPS meer sturend optreden. Bij een dekhengst gaat het om erfelijke aanleg. Ligt het dan niet voor de hand om hengsten op te fokken die uit de beste moederlijnen komen, die in drie generaties geen zwak verervende hengsten hebben?

Sterke verervers:
Op basis van +/- 50 % sterdochters, aantal preferente dochters, een relatief hoog aantal sportpaarden en een hoog aantal preferentschaps-punten, kunnen we de sterkste verervers ontdekken. Wij noemen ze per hengstenlijn. Eerste getal zijn de punten en tussen haakjes het aantal preferente merries. Wel moet men incalculeren dat jongere hengsten geen/minder kans maken op preferente dochters. Maar negatief is als een oudere hengst weinig preferente dochters heeft.

Ritske
Doaitsen 989 (1)
Naen
Gerke
Fabe 1359 (6)
Sape 838 (8)
Ygram
geen
Hearke
Olof 1132 (23)
Jasper 1835 (12)
Beart 2017 (7)
Teunis 1410 (27)
Brandus 1386 (16)
{Rinder 518 (19)}
Jochem
Fietse 2274 (44)
Tsjerk 2227 (27)
Norbert 840 (0)
Leffert 1839 (38)
Onne 1264 (6)
Heinse 970 (6)
Tsjalke 707 (1)
Folkert 1206 (7)
{Ulke 795 (6)}
Wessel
Anton 834 (13)
{Nykle 672 (22!)

 

Stamboom:
Op de stamboom van een dekhengst zien we dus bij voorkeur de namen van deze hengsten, zeker in de eerste drie generaties. Na Norbert maakt alleen Tsjalle met 472 punten en 13 sportpaarden veel indruk.
Tussen de sterke en de zwakke verervers is een grijs gebied: niet sterk, niet zwak. Met een vader of moedersvader uit het grijze gebied moet afgewogen worden of er compensatie is. Maar de echt zwakke verervers moet je uitsluiten als je een dekhengst wilt fokken/opfokken. In de beste merrielijnen kan één zwakke moedersvader een  negatieve invloed hebben. Ik heb er vele voorbeelden van.
Iedere fokker kan aan de hand van indexen zien welke hengsten zwak vererven. Het is een lange weg om de schade van één zwakke schakel te repareren.

De moeder:
Persoonlijk was de moeder en moederlijn van een hengst voor mij het belangrijkste. Een vitale, vruchtbare, goed bewegende moeder, met een rijk foktype, uit een geconsolideerde merrielijn is zo belangrijk. Alles draait bij een hengst om erfelijke aanleg; fokzekerheid. Vier sterkinderen uit één merrie fokken is nog niet zo gemakkelijk. Daarom heeft het predicaat “preferent” waarde, zeker als het van generatie op generatie is.
De vier hengsten die, na selectie in 2017,  uit 300 kandidaten overbleven kwamen uit relatief betere merrielijnen. Dat geeft te denken!  Een merrielijn die hengsten als Feitse en Tsjalle levert, kan toch meer dieren van niveau leveren?  Na Barteld en Anton uit de Namke lijn was het slechts een kwestie van wachten op Beart. Vanaf 1980 heb ik in landbouwbladen vaak aandacht voor merriestammen bepleit. En daaraan ook een bijdrage geleverd in Phryso en Merriestammen I en II.

Modern:
Vanaf 1970 wil het KFPS in theorie een modern paard fokken; modern als tegendeel van het landbouwpaard. Modern is een paard van +/- 1.66 met lichte massa, harmonisch gebouwd en met een voor gebruik functioneel exterieur. Een paard met hard en fijn beenwerk, een fraai rijk front, met lichte hals die neklengte heeft en een sprekend klein hoofd. Een niet te kort voorbeen, met een soepele lichtvoetige beweging die van achter (krachtig) en soepel door het lijf verloopt. De aanleg om te kunnen gaan zitten in de achterhand en rijzen in de voorhand is belangrijk.
De omvorming van klassiek naar modern is bij lange na niet voltooid. Mijn indruk is dat er  in de breedte eerder een terugval is naar het type van vroeger. In veel stambomen staat bij groot- en overgrootouders nog een meer klassieke hengst, dat vraagt om tegenwicht van extra moderne hengsten. Als Tsjalling, Hearke, Reitse, Gerlof, Ygram, Wessel, Oege, Djurre voorbij  de derde generatie van het te fokken veulen komen, is er sprake van consolidatie van het moderne. Anders blijft de kans op een terugval naar het landbouwtype. Het KFPS  zou meer kunnen wijzen op hengsten die erfelijke aanleg voor het niet moderne hebben.

Wat te doen:
De voorlichting van het KFPS moet continu aandringen bij fokkers en opfokkers van hengsten om meer aandacht te geven aan erfelijke aanleg van toekomstige dekhengsten.

  1. Hengsten die het beste vererven gebruiken.
  2. Zwakke schakels in drie generaties uitsluiten.
  3. Uitgaan van de beste moeders en fokvaste merrielijnen.
  4. Merries voorlopig ster maken en na een eenvoudige aanlegtest definitief.
  5. Resoluter aangeven wat modern is en hoe we modern fokken.
  6. Meer moeite doen om hengstveulens met beste afstamming te behouden.

D.G.Wiersma, Leeuwarden
email: denlwiersma@upcmail.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.